Water is een sterk oplossend middel

water lost zout op

watermoleculen dringen tussen de natrium en chlooratomen en lossen zo het zout op.

Het dipoolkarakter bepaalt oplossende eigenschappen van het water!

Watermoleculen gaan verbindingen aan met naburige watermoleculen, waardoor aantrekkingskracht ontstaat tussen de negatieve pool van de ene watermolecuul en de positieve pool van de andere. Dit is vergelijkbaar met de aantrekkingskracht tussen twee magneten. Deze zogenaamde waterstofbruggen zijn niet zo sterk als de bindingskrachten binnen de molecuul en zij ontstaan even gemakkelijk als zij loslaten. Deze zwakke verbindingen spelen een beslissende rol bij de stabilisatie van veel grote organische moleculen. Omdat de verbindingen zwak zijn kunnen ze in fysiologische reacties snel afbreken en weer opnieuw opbouwen. De afbraak en het opnieuw aangaan van verbindingen is de essentie van de chemie van het leven. De waterstofbruggen zijn ook de oorzaak van de oppervlaktespanning van het water (druppelvorming) en het relatief hoge kookpunt van het water van 100° C.

Zwakke verbindingen lossen vaste kristallen op

Watermoleculen zijn bij uitstek geschikt voor het oplossen van ionenverbindingen. Op basis van de verschillende lading kunnen watermoleculen zich tussen de positief en negatief geladen ionen dringen en de geladen deeltjes met een waterlaagje omgeven.

Zo is bijvoorbeeld zout in droge toestand een zeer vaste verbinding. In water lost het op, waardoor het positief geladen Na met de negatieve polen van de H₂O moleculen en het negatief geladen Cl¯ met de positieve polen van de H₂O moleculen verbindingen aangaan. Zoals uit dit voorbeeld blijkt zijn de zwakke verbindingen van afzonderlijke watermoleculen in staat sterke en harde kristalverbindingen op te lossen.

Daarom noemen we water een universeel, natuurlijk oplosmiddel, dat sterke en complexe verbindingen kan openbreken. Dit is de chemie van het leven op aarde.